Aflevering gemist? Hier het complete verhaal ‘Het raadsel bij de oude fabriek’.

Voor lezers die een deel van het Nachtbrief-vervolgverhaal hebben gemist, of die alles nog eens rustig willen lezen: hieronder het hele verhaal. Van begin tot eind. Veel leesplezier!

NACHTBRIEFVERHAAL 1

Het raadsel bij de oude fabriek

 

Hoofdstuk 1    Welkom bij De Veldmuis

‘Nee, nee, niet naar binnen rennen. Wacht even hier, ze komen ons zo ophalen!’
Meester Simon houdt zijn hand omhoog om de kinderen weg te houden bij de ingang.
Flora laat haar weekendtas op de grond ploffen.
‘Ik ben zo benieuwd naar onze kamers!’ zegt ze tegen Anniek, haar beste vriendin.
Door de spijlen van het hek ziet ze een modern houten gebouw.
‘Dat zal De Veldmuis wel zijn, zou dat grote ding daarachter er ook bij horen?’
Flora wijst naar een schoorsteen die verderop boven de boomtoppen uitpiekt.
‘Er staat een oude fabriek naast, dat heeft de meester toch verteld?’ antwoordt Anniek.

‘Goedemiddag allemaal!’
Een kleine, sportief uitziende vrouw opent het hek.
‘Welkom bij Natuurhotel De Veldmuis. Ik ben Tamara. Fantastisch dat jullie hier je natuurproject komen doen! Kom maar vlug mee, dan laat ik jullie alles zien.’
De groep valt stil. Er klinkt alleen vrolijk gekwetter van vogels, en luid geknisper.
‘Hè Maurits, weg met die snoepzak,’ bromt meester Simon.
Met een verhit hoofd moffelt Maurits de zak weg.
Slepend met bagage loopt de klas achter Tamara aan, over het grindpad naar het hotel.
Vanaf het pad kan Flora beter tussen de bomen doorkijken, naar de fabriek. Een gebouw van baksteen met enorm hoge ramen. Het is overgroeid met klimop en hier en daar zijn stukken muur afgebrokkeld.
‘Het lijkt wel een spookhuis!’ mompelt ze.
‘We gaan er straks wel even kijken,’ fluistert Anniek.
Flora en Anniek zitten in geheime club De Groene Hand. Samen met hun klasgenoten Fabio, Daniël en Hilde. Met die club beleven ze spannende avonturen. Ze hebben al een paar mysteries opgelost, maar niemand in de klas mag daar verder iets van weten. De club moet in het geheim kunnen werken. Op school, en dus ook tijdens dit natuurweekend, wordt er zo min mogelijk over De Groene Hand gepraat.

‘Dit ziet er gelukkig beter uit,’ zegt Flora opgelucht als ze De Veldmuis binnenlopen.
In de ontvangstruimte staan tafels met hippe krukjes eromheen. Uit de open cafékeuken komt de geur van koffie en tosti’s. Achter de toonbank staat een man met een woeste krullenbol iets te hakken. Hij veegt zijn handen af aan zijn schort en zwaait enthousiast als hij de groep ziet.
‘Dat is Marco, onze kok,’ zegt Tamara. ‘We koken zoveel mogelijk biologisch en uit eigen tuin.’
Marco knikt vrolijk.
‘En dat is Mandy,’ gaat Tamara verder.
In een hoek staat een meisje servetten te vouwen. Ze heeft een bleek gezicht, wat extra opvalt door de dikke zwarte make-up om haar ogen. Ze kijkt even op, maar vouwt daarna ongestoord verder.
‘Jullie kunnen zo je spullen gaan wegleggen in de slaapkamers, daarachter. Als het goed is heeft jullie meester al een indeling gemaakt. Vijf of zes kinderen per kamer.’
Meester Simon knikt.
‘Zijn er nog vragen?’
Anniek steekt aarzelend haar hand op maar Tamara draait net haar hoofd weg. Achter haar klinkt luid gestommel.
‘Ah, ze zijn er al! Heb je alles al verteld?’
Een stevige man met rossig haar komt binnengewandeld. Hij geeft meester Simon een hand.
‘Quirijn Muys.’
‘Ja ja, we zijn al klaar hoor,’ zegt Tamara kortaf.
Ze loopt gehaast weg op haar geluidloze witte sportschoenen.

‘Kom, wij hebben toch kamer 3?’ zegt Flora tegen Anniek.
Anniek knikt, maar loopt door naar Quirijn. Flora volgt nieuwsgierig.
‘Kun je die fabriek hiernaast ook in?’ vraagt Anniek aan Quirijn.
Hij kijkt haar onderzoekend aan. Zijn geruite overhemd knelt een beetje.
‘O nee, al járen niet meer.’ Hij knijpt zijn ogen samen. ‘Het is een gevaarlijke bouwval. Absoluut verboden om daar te komen.’
Quirijn kijkt rond of hij Tamara ziet en gaat dan verder: ‘Wist je dat daar heel vroeger ook kinderen werkten? Van jullie leeftijd? Die hadden geen leuke schooluitjes hoor. Die móchten niet eens naar school en sloofden zich hier letterlijk kapot voor een paar centen. Maar goed! Welkom, hoor. We gaan het gezellig maken!’
Quirijn wrijft in zijn handen.

 

Hoofdstuk 2    Door het raam

‘Lig jij bij Daniël?’ vraagt Flora aan Fabio.
Ze komt hem in de gang tegen nadat ze haar spullen heeft weggebracht.
‘Ja, wij hebben een super coole kamer, helemaal aan het eind van de gang.’
‘Onze kamer is ook geweldig! Anniek en ik hebben een stapelbed en Sarah, Hilde en Nikki hebben een enorme bedbank.’
In de open keuken staat Marco met pannen te rammelen. Hij kijkt meteen op als Flora en Fabio langslopen.
‘Als jullie dorst hebben, er staat drinken op tafel.’
‘Bent u al aan het koken voor vanavond?’ vraagt Fabio.
‘Klopt. Houden jullie van witlof?’
Fabio kijkt beteuterd.
‘Geintje. Ik maak gevulde tomatensoep met broodjes.’
Marco grijnst en legt een deksel op een lege pan. Zijn gezicht glimt van het zweet.
Op de bar, die ook als toonbank dient, staat een kassa. Daarnaast een rekje met kleine frutsels, zoals sleutelhangers. Maar wat Flora’s aandacht trekt is een vrolijk gestreept spaarvarken.
‘Dat is Piggy,’ zegt Marco.
‘Jullie fooienpot?’ raadt Fabio.
‘Yep, en hij zit al goed vol!’
‘Afblijven hoor, ik hou je in de gaten!’ klinkt het vanuit de gemeenschappelijke ruimte.
Daar schuift Mandy tafeltjes tegen elkaar tot één lange tafel.
‘Ik doe hier weer eens alles alleen.’
Mandy zucht overdreven terwijl ze hardhandig de laatste tafel aanschuift.
‘Kunnen wij helpen?’ vraagt Fabio.
‘Nee! Ga maar gauw naar buiten, jullie project begint zo!’ antwoordt Mandy.

Tamara geeft buiten uitleg over het project. Iedereen krijgt een opdrachtboekje en daarna volgt een flinke wandeling. Na afloop mogen ze nog even buitenspelen tot het avondeten.
Fabio rent meteen naar het veld, net als Hilde en de andere voetballers.
Flora en Anniek blijven op een afstandje staan.
‘Wat gaan jullie doen?’ vraagt Daniël.
‘Ik wil even bij die fabriek gaan kijken,’ zegt Anniek.
‘Dat mocht toch niet?’ reageert Flora.
‘We mochten niet naar binnen. Maar even eromheen lopen kan toch wel?’

Met zijn drieën wandelen ze richting de bakstenen kolos. In het vroege avondlicht lijkt het gebouw nog groter en eenzamer dan overdag. De lange ramen zitten net te hoog om erdoorheen te kunnen kijken. Door de half kapotte ruitjes zie je alleen wat vage schaduwen. Daaronder zitten kleinere ramen maar die zijn dichtgespijkerd. Net als de deuren.
Flora loopt om de schoorsteen. Die staat gewoon los op het terrein. Hij is zo dik dat ze elf stappen nodig heeft om een rondje te maken.
‘Zou hij kunnen omvallen?’ vraagt ze.
‘Ik zal eens kijken.’ Daniël doet of hij de schoorsteen omduwt.
‘Hou op!’
Flora krijgt de kriebels van de fabriek.
Daniël raapt een steentje op en probeert het door een kapot ruitje te gooien. Het lukt meteen. Ze horen binnen een galmende tik, alsof het steentje op metaal ketst.
Een seconde blijft het stil. Maar dan klinkt er een zacht geschraap. En geschuifel. Heel kort, maar ze hebben het alle drie gehoord.

 

Hoofdstuk 3    Mooie verhalen

Flora staat te trillen. Ze wil hard weglopen, maar haar benen wiebelen.
Anniek trekt aan haar mouw en sleept haar een stukje vooruit.
Daniël rent weg maar blijft achterom kijken, tot hij struikelt.
Hijgend komen ze weer bij het voetbalveld.
Meester Simon zet net zijn handen aan zijn mond om de kinderen te roepen voor het eten.
‘Wat was dat nou?’ fluistert Flora.
‘Er was iemand daarbinnen,’ denkt Anniek.
‘Of iets,’ vult Daniël aan.
Flora speurt het voetbalveld af naar Fabio en Hilde. Die moeten dit ook weten.
Ineens voelt ze een hand op haar schouder.
‘Zoek je iets?’
Het is Quirijn.
‘Ik laat je toch niet schrikken?’
Flora schudt haar hoofd. Niks zeggen! denkt ze.
‘Vinden jullie het een beetje leuk hier?’
‘Ja hoor. Lekker veel ruimte,’ hoort Flora zichzelf zeggen.
Quirijn kijkt alsof het antwoord hem niet bevalt.
Binnen stormt iedereen op de lange tafel af.
Marco en Mandy delen kommen soep uit en zetten manden met broodjes op tafel.
Flora zit vol van de geluiden in de fabriek en ze wil er aan tafel dolgraag over vertellen. Maar de afspraak is dat ze alles geheim houden.
Het eten is erg gezellig. Marco komt er al snel bij zitten. Hij heeft allemaal mooie verhalen en hij kan geweldig gitaar spelen.
Net als hij een heel leuk liedje speelt duikt Mandy achter hem op. Ze tikt met een lepel op zijn hoofd.
‘Dacht je soms dat die soepkommen zelf terugliepen? Doe eens wat!’
‘Wij ruimen wel af!’ roept Fabio.
Flora staat meteen op om kommen naar de keuken te brengen.
Daar ziet ze Mandy, die haar stapel op het aanrecht laat kletteren met de woorden: ‘Zo, ik ben klaar!’
Flora staart haar aan.
Mandy rolt met haar zwart omrande ogen en mompelt:
‘Waardeloos! Ze zijn allemaal hetzelfde.’
Ze slaat een sjaal om en trekt haar tas van een stoel. Een zwarte tas, met een doodshoofd en rozen erop. En weg is ze.
‘Wat zou er toch met haar zijn?’ vraagt Flora zacht aan Hilde, die binnenkomt met glazen.
Hilde gooit een van haar blonde vlechten naar achter en haalt haar schouders op. ‘Gewoon chagrijnig.’

Iedereen zit nog te lachen en te kletsen in de gemeenschappelijke ruimte. Meester Simon is uitgelaten voor zijn doen.
‘Zullen we buiten een vuurtje maken?’ stelt Marco voor.
‘Prima, dan vertel ik een griezelverhaal, en dan daarna naar bed!’ zegt meester Simon.
Naast het terras is een echte vuurplaats en Marco heeft het vuur snel aan. Net als het lekker brandt komt Tamara langs. Ze ziet eruit of ze net heeft gedoucht. Flora bedenkt dat ze haar sinds vanmiddag niet meer heeft gezien.
‘Waar hebben we dat hout vandaan?’ vraagt Tamara aan Marco.
‘Eh, gewoon uit de houtstapel.’
‘Niet eerst gevraagd?’
‘Nou eh …’
‘Hoe vaak moet ik het nog zeggen? Geen spullen opmaken zonder afspraak. Hiervoor hebben deze lui helemaal niet be…’  Haar woorden stokken als ze meester Simon ziet zitten.
‘Laat ook maar. Fijne avond!’
Geruisloos verdwijnt Tamara in het donker.

Flora’s hoofd en armen gloeien van het vuur maar met haar rug zit ze in de kou.
‘Ik ga mijn jas halen voordat het verhaal begint,’ zegt ze tegen Hilde, die naast haar zit.
Nadat ze haar jas van een stoel heeft geplukt loopt ze nog even naar de kassa om die grappige Piggy gedag te zeggen. Maar hé, de plek naast de kassa is leeg! En het gestreepte beest staat ook niet aan de andere kant. Ze hebben het vast weggezet, denk Flora. Wel zo veilig, er zit kennelijk veel geld in!
Meester Simon is al begonnen als Flora terugkomt. Ze slaat haar jas om en gaat lekker dichtbij het vuur zitten. Het verhaal is eng, maar leuk eng. Iedereen hangt stil te luisteren, moe van de drukke dag. De fabriek is door het donker bijna onzichtbaar geworden.
Beweegt daar nu iets aan de rand van de tuin? Iets fladderigs? Flora knijpt haar ogen samen. Het is alweer weg. Vast een kat of een ander nachtdier dat langs een struik schuurde, denkt ze, en ze duikt weer in het verhaal van meester Simon.

 

Hoofdstuk 4    Verdwijning

‘Ik ga het eerste broodje pakken, ik heb honger!’
Fabio rent de nog lege gemeenschappelijke ruimte in. De ontbijtspullen staan al klaar.
‘Afblijven Fabio, we wachten tot iedereen er is,’ bromt meester Simon vanachter een kop koffie.
Marco staat druk te rommelen in de keuken. Mandy is nergens te bekennen.

‘Ah, ze hebben chocopasta! Dat hebben wij thuis nooit,’ Hilde doopt haar mes in de pot.
Flora blaast gedachteloos in haar beker thee. Het duurt altijd even voor ze goed wakker is.
‘Huh? Néé hè?’ klinkt het ineens vanuit de keuken. Gevloek van Marco.
Alle hoofden draaien naar de bar.
‘Hoe kan dat nou?’
Marco grijpt met zijn handen in zijn krullen.
‘De fooienpot is weg!’
‘Staat hij nergens anders?’ vraagt Fabio.
Hij en Flora zijn de enige kinderen die de fooienpot gisteren hebben gezien.
Marco schudt zijn hoofd terwijl hij met zijn arm door de keuken zwaait.
‘Hij staat altijd op dezelfde plek, hier, naast de kassa.’
‘Wanneer heb je die pot voor het laatst gezien?’ mengt meester Simon zich in het gesprek.
‘Gisteravond stond hij er nog.’
Flora voelt haar hart bonken.
‘Niet waar,’ fluistert ze tegen Hilde. Ze durft het nu niet hardop te zeggen.
‘Waar is dat meisje?’ vraagt Meester Simon.
‘Mandy? Geen idee, die heeft zich verslapen denk ik.’
‘Gebeurt dat vaker?’
Marco schudt van nee.
‘Ander personeel?’
‘De rest is er maandag pas weer.’
‘Die pot komt vast wel weer boven water,’ zegt meester Simon rustig.
Maar Marco blijft moedeloos zijn hoofd schudden.

 

Hoofdstuk 5    De Groene Hand in actie

‘Volgens Marco zat er veel geld in die pot,’ legt Flora uit aan Hilde, Daniël en Anniek.
Ze zitten even met zijn vijven op een muurtje buiten. Zo meteen komt Tamara de eerste activiteit van vandaag uitleggen.
‘Weet je zeker dat die pot gisteravond al weg was?’ vraagt Anniek.
‘Ja, honderd procent zeker. Ik ging juist speciaal even naar Piggy kijken en ze stond er niet meer.’
‘Raar dat Marco het gisteravond zelf niet heeft gezien.’
‘Die was zo druk joh, die heeft daar niet op gelet,’ meent Flora.
‘Nou druk? Het kan …’ zegt Anniek aarzelend.
‘Er gebeuren hier rare dingen,’ zegt Daniël. ‘Volgens mij moet De Groene Hand in actie komen!’
‘Ja, wij gaan dat spaarvarken terugvinden!’ roept Fabio.
‘Stt niet zo hard, de dief kan hier gewoon in de buurt zijn,’ fluistert Anniek.
‘Hoe gaan we het aanpakken?’ vraagt Hilde. ‘Heeft iemand het clubschrift toevallig meegenomen?’
In het groene clubschrift schrijven ze altijd op hoe ze een zaak gaan aanpakken en wie wat gaat doen.
‘Nee, maar ik heb wel een kladblokje,’ antwoordt Anniek.
Ze vist het uit de tas die ze straks nodig hebben voor de activiteit.
In duidelijke letters schrijft ze:

Verdwenen:fooienpot (gestreept varken, naam: Piggy)
Wanneer: in ieder geval vrijdagavond, misschien eerder?
Wie: …

‘Ja wie?’
‘Het kan iemand uit de klas zijn,’ bedenkt Fabio.
‘Dat geloof ik niet. Iedereen zat bij het vuur. En niemand wist dat het een fooienpot was,’ zegt Hilde.
‘Nou ja, behalve Flora en ik dan,’ merkt Fabio aarzelend op.
‘Dan hebben we alvast twee verdachten!’
Anniek doet of ze Flora en Fabio op het lijstje gaat schrijven.
Flora kan er niet om lachen.
‘Even serieus. Wie ik echt verdacht vind is die Mandy. Ze deed de hele tijd raar. Gisteravond ging ze ineens weg en vandaag is ze spoorloos.’
Anniek noteert de naam Mandy.
‘Wie nog meer?’
‘Quirijn?’ zegt Flora.
‘Waarom?’ vraagt Hilde.
‘Ik vind hem raar.’
‘Maar dan ben je nog niet verdacht toch? Hij is hier de baas, waarom zou hij die fooienpot dan pikken?’
‘Dat weet ik ook niet. Maar iedereen kan het gedaan hebben. Dus waarom niet Quirijn?’
‘Of Tamara.’ zegt Daniël. ‘Ze heeft het vaak over geld, heb je dat niet gemerkt?’
Anniek noteert de namen Quirijn en Tamara.
En daarna ook die van Marco.
‘Hoezo Marco?’ vraagt Flora verontwaardigd. ‘Hij is superaardig!’
‘Dieven kunnen ook aardig zijn,’ weet Anniek.
‘Maar het is zijn eigen fooienpot, waarom zou hij die stelen?’ gaat Flora door.
‘De fooienpot is van alle collega’s samen,’ merkt Hilde op.
‘Mij best, maar je zag gewoon dat Marco hartstikke verbaasd was daarnet,’ antwoordt Flora.
‘Misschien,’ zegt Anniek. ‘Maar toch blijft hij op de lijst. Nog andere verdachten?’
Het blijft even stil.
‘Misschien is het een raar idee,’ zegt Daniël, ‘maar de dief kan ook in de fabriek zitten. Een perfecte schuilplaats toch?’
Flora voelt rillingen over haar rug lopen want ze denkt ineens weer aan de schaduw die ze gisteravond in de tuin zag. Zag ze hem wel echt?
‘Geheimzinnige figuur in de fabriek’ noteert Anniek al.
Flora knikt en wil vertellen over de schaduw maar in de verte klapt Tamara in haar handen.
‘Jongens! We gaan beginnen!’
Anniek springt op en propt het kladblokje in haar tas.
‘Let goed op vanmiddag!’ zegt ze, en ze rent naar de groep die al bij Tamara
staat.

 

Hoofdstuk 6    Aan het werk gezet  

De klas verspreidt zich over de hei, op zoek naar waterplassen. In groepjes vullen de kinderen buisjes om te speuren naar waterdiertjes en plantjes. Het is leuk werk, vindt Flora. De tijd vliegt en voor ze het weet moeten ze alweer terug.
‘We gaan meteen door naar het volgende onderdeel,’ zegt Tamara als ze weer voor De Veldmuis staan.
’En dat onderdeel is nuttig en leerzaam: de ene helft van jullie gaat onkruid wieden in de tuin en de andere helft gaat mos weghalen op het terras.’
‘Hoe weet je wat onkruid is?’ vraagt Fabio.
‘Ga jij maar mos krabben,’ antwoordt Tamara.
Fabio kijkt verward. Wat heeft mos krabben nou te maken met het natuurproject?
‘Deze tuinklussen moeten altijd eind september gebeuren,’ legt Tamara uit. ‘Fantastisch dus dat jullie er nu zijn!’
‘Maar …’ sputtert Fabio.
‘Je mag je best eens nuttig maken hoor! Van een beetje werken is nog nooit iemand dood gegaan. Bovendien leer je zo een boel over planten en het buitenleven. Hier liggen vorken, lepels en mesjes, daarmee kun je aan de slag.’
‘Zijn er geen schoffels en harken?’ vraagt Hilde. ‘Die gebruiken wij thuis altijd.’
Hilde woont op een boerderij dus zij kan het weten, denkt Flora.
‘Ik heb natuurlijk geen achtentwintig harken,’ zegt Tamara geprikkeld. ‘Hiermee gaat het ook prima. Hup hup, begin maar!’
Tamara loopt weg naar de schuur.
Flora kijkt vol aandacht naar haar volle, pluizige zwarte paardenstaart. Die veert op en neer bij iedere stap.

‘Nou, lekker,’ zegt Fabio,
‘Ach, het is best leuk,’ zegt Daniël terwijl hij met een mesje tussen de terrastegels peutert.
Hilde en Anniek staan onkruid uit een bloemperk te trekken.
Flora is op het terras blijven hangen. Ze staart naar de fabriek die tussen de bomen door schemert. Misschien ziet ze zo weer iets zwarts? Nee, de geheimzinnige fladderaar is vast alleen ’s nachts actief, denkt ze. Ze moet nu juist op andere dingen letten.
Terwijl de kinderen druk of minder druk bezig zijn verschijnt Quirijn. Om hem heen kringelt sigarenrook.
Hij strijkt neer op een tuinstoel naast meester Simon.
‘Wil je er ook een?’ Hij houdt een zilveren sigarendoos voor de neus van de meester.
‘Nee dank je.’
De mannen staren zwijgend naar de tuin. Er valt as op Quirijns broek.
Flora probeert iets te bedenken om hem uit te horen.
‘Bent u wel eens in de fabriek geweest?’ is het enige dat ze kan verzinnen.
‘Ja,’ antwoordt Quirijn kortaf.
‘Hoe was dat?’
‘Een gevaarlijke puinzooi.’
Flora kijkt teleurgesteld.
‘Je mist niets hoor, zo gezellig is het daarbinnen niet,’ zegt Quirijn. ‘In het dorp fluisteren mensen zelfs dat het er spookt. Rusteloze geesten van arme kinderen die daar vroeger werden afgebeuld.’
Hij tikt meester Simon tegen zijn schouder.
‘Onzin natuurlijk. Maar een tip: wijd eens een geschiedenisles aan de industriële revolutie.’
Er dwarrelt as op meester Simons trui.
Quirijn praat door: ‘Ik heb zelf een beetje onderzoek gedaan. Er zijn nog oude foto’s waarop je ziet hoe er gewerkt werd tussen de machines. Gevaarlijke machines, er kwamen wel eens armen of benen tussen, vooral van kinderen.’ Quirijn pauzeert even.
‘Wist je trouwens dat het gebouw ook een naam had?’ gaat hij verder. ‘De Toekomst. Dat stond er met grote, toen moderne letters op.’
‘De toekomst is nogal veranderd,’ merkt meester Simon op.
‘Hier wel ja, maar niet overal in de wereld,’ zegt Quirijn.

‘Dit is ook een soort kinderarbeid,’ moppert Fabio, die het gesprek van een afstandje heeft gevolgd, zachtjes tegen Daniël.
Daniël haalt zijn schouders op werkt lekker door.
Flora heeft al een flink aantal tegels schoongemaakt en ze heeft er genoeg van.
‘Ga je mee naar binnen?’ vraagt ze aan Nikki. ‘Ik heb dorst.’
Binnen ziet Flora tot haar verbazing Mandy staan. Ze rommelt ineengedoken met haar tas bij de tafel. Als ze de meisjes ziet schiet ze omhoog. Ze zet snel een pot pindakaas neer, pakt een bezem en begint met woeste halen de vloer te vegen.
‘Ik dacht dat je ziek was,’ jokt Flora.
Mandy ziet er ook echt slecht uit. Haar gezicht is blauwbleek. Haar ogen zijn gezwollen en het zwart eromheen is een beetje uitgevlekt.
‘Ik word ook ziek van alles,’ zegt Mandy.
‘Wat is er dan?’ vraagt Flora bezorgd.
Mandy schrikt van Flora’s bezorgdheid.
‘Gewoon, alles,’ mokt Mandy.
‘Heb je geldproblemen?’ vraagt Flora rechtuit.
Geen handige vraag, denkt ze meteen. Maar ze kan hem niet meer inslikken.
‘Natuurlijk, wie niet?’ antwoordt Mandy luchtig. ‘Maar dat is niet het ergste.’
‘Wat is dan wel het ergste?’ vraagt Flora.
‘Dat snap jij toch niet,’ zegt Mandy.
Ze bukt zuchtend om onder de tafel te vegen.
‘En het gaat je ook geen donder aan.’
Flora blijft staan wachten of Mandy nog meer gaat zeggen. Maar het enige dat ze zegt is:
‘Ga toch naar buiten, lekker spelen!’

Het terras is inmiddels schoon, iedereen wiedt nu het laatste onkruid. Flora slentert naar Hilde en Anniek.
‘Heb jij nog nieuws?’ vraagt Anniek.
‘Ik heb een paar dingen gehoord van Quirijn en Mandy,’ zegt Flora. ‘En jij?’
‘Ik heb ook iets,’ zegt Anniek. ‘Haal jij Fabio en Daniël? Dan kunnen we zo even vergaderen.’
‘Vertel vast! Wat heb je gehoord?’ roept Flora nieuwsgierig.
‘Niet gehoord, ik heb iets gezien,’ antwoordt Anniek.

 

Hoofdstuk 7    Keukengeheimen

Achter de vuurplaats zitten de leden van De Groene Hand op omgehakte boomstammen.
‘Wat heb je nou gezien Anniek?’ vraagt Flora.
‘Nou, vanmiddag was ik in de keuken,’ begint Anniek.
Vier hoofden buigen naar haar toe.
‘Vanmiddag was ik wat aan het rondkijken in de keuken. Ik dacht: misschien vind ik nog sporen van de dief.’
‘En?’ vraagt Hilde.
‘Op de plek waar Piggy stond vond ik niets, behalve een glimmend gepoetste toonbank. Maar toen ik de vuilnisbak opendeed zag ik iets vreemds. Allemaal lege soepblikken. Van de voordeelmarkt.’
‘Nou en?’ reageert Hilde.
‘Natuurlijk!’ zegt Daniël. ‘Die blikken waren van onze soep gisteren. Dat lijkt logisch, maar dat is het niet. Want Marco deed net of hij die soep zelf had gemaakt.’
‘Precies. Hij stond de hele tijd te snijden en rammelen in de keuken.’
‘Maar waarom zou hij dat doen? Waarom gooide hij niet gewoon meteen die blikken in de pan?’ zegt Flora.
‘Dat is dus de vraag …’ zegt Anniek.
‘Ik zie echt niet wat dit te maken heeft met de diefstal,’ zegt Fabio.
‘Ik ook niet, maar we moeten toch alles wat vreemd is noteren,’ vindt Anniek. ‘Misschien blijkt het later toch belangrijk.’
Ze schrijft iets achter Marco’s naam in het kladblok.
Nu vertelt Flora wat ze hoorde van Quirijn en Mandy. Anniek vult het lijstje aan.
Er staat nu:

Verdwenen: fooienpot (gestreept varken, Piggy)
Wanneer: uiterlijk vrijdagavond, misschien eerder?
Wie:
-Mandy: ging vrijdagavond rond 8 uur weg. Verdrietig om iets. Boos op mannen? Deed vanmiddag geheimzinnig. Probeerde stiekem een pot pindakaas mee te nemen?
-Marco: was vrijdag de hele avond aanwezig. Merkt ’s ochtends dat de fooienpot weg is. Liegt over soep uit blik.
-Tamara: onbekend waar ze vrijdagavond was. Is erg gierig en ziet ons als gratis hulpjes. Is veel weg.
-Quirijn: onbekend waar hij vrijdagavond was. Doet weinig tot niets op De Veldmuis. Heel geïnteresseerd in geschiedenis. Rookt sigaren.
-Geheimzinnige fabrieksbewoner: vrijdagavond rond half 7 in de fabriek. Is 5 minuten lopen van De Veldmuis. Kan elk moment binnensluipen.
-Iemand uit de klas: weinig kans, iedereen zat vrijdagavond bij het vuur.
-Meester Simon: zat ook bij het vuur, heeft het heus niet gedaan.

‘Er kan nog niemand van het lijstje,’ zucht Flora. ‘We moeten iedereen nog een keer uithoren over gisteravond. Wanneer waren ze in de buurt van Piggy?’
‘We verdelen de taken,’ stelt Anniek voor. ‘Van Marco weten we het al, ik ondervraag Mandy wel.’
‘Dan doe ik Quirijn,’ zegt Fabio.
‘Ik help je wel,’ springt Hilde in.
‘Dan blijft Tamara voor mij over. Gaan wij samen, Daniël?’ zegt Flora.
Daniël hangt achterover op de boomstam.
‘En de fabrieksfiguren? Wat doen we daarmee?’ vraagt hij.
‘We kunnen nu even gaan kijken,’ bedenkt Anniek.
Flora vindt het een goed plan. Zo lang het licht is durft ze wel mee.

 

Hoofdstuk 8    Geheimzinnige papieren

‘En nu?’ vraagt Hilde. Met zijn vijven staan ze voor de fabrieksruïne.
‘Naar binnen natuurlijk,’ zegt Anniek.
‘Dat mocht toch niet?’ Fabio stapt naar achteren.
‘Van wie niet? Van Quirijn? Die is toch niet de baas van deze fabriek? Ik zie nergens een bordje Verboden toegang.’
‘Maar het is hartstikke gevaarlijk daarbinnen, straks krijgen we een ongeluk,’ zegt Fabio.
‘Ik let heus wel goed op.’
Anniek loopt langs het gebouw om een goede opening te vinden. De deuren beneden zijn dichtgespijkerd en de ramen zitten te hoog. Bij een brokkelig stuk muur blijft ze staan.
‘Hier kunnen we klimmen,’ zegt ze.
Daniël heeft geen aansporing nodig, zijn voet staat al op een stuk muur. Er brokkelt niets af. Hij klimt hoger en hoger, tot hij over de rand van een hoog raam kan kijken.
‘Wat zie je?’ roept Flora nieuwsgierig.
‘Stt, niet zo hard!’ fluistert Fabio.
‘Van alles,’ zegt Daniël hijgend. Zijn stem echoot door de binnenruimte. ‘Buizen, ijzer. Heel veel puin. Planten. Ik spring zo naar beneden, dan kan ik beter kijken.’
Flora wil het ook zien. Ze begint te klimmen. Anniek en Hilde volgen en al snel staan ze allemaal binnen. Ook Fabio.
‘Wat een zooi!’ zegt hij.
Flora ziet door de oude kapotte raamkozijnen de wolken buiten voorbij razen. Onder haar voeten kraken resten van misschien wel honderd jaar oud.
‘Ik vind het mooi, zo’n oud gebouw,’ zegt ze.
‘Volgens mij is er niemand hierbinnen,’ merkt Hilde op.
Fabio knikt opgelucht.
De kinderen lopen wat rond. Ze tillen hier en daar een plank op en kijken onder een oude deur die op de grond ligt. In de muren zitten nissen, en achteraan zitten ruimtes die vroeger aparte kamers waren.
‘Hier zaten de bazen zeker,’ meent Hilde.
Aan de muur hangen nog flarden mooi behang en er staan wat kapotte meubels.
‘Dit lijkt wel een archiefkast,’ zegt Anniek.
Ze klopt op een gedeukt ijzeren blok met vier lades en trekt aan de bovenste.
‘Kijk, hij is gewoon open!’
Flora hangt er meteen met haar neus boven. De lade is leeg. Ze probeert de tweede lade. En daar is het raak, er ligt iets in! Een paar vellen papier.
‘Voorzichtig!’ zegt Anniek.
Maar Flora heeft de vellen al te pakken. Ze zijn beschreven met zwierige letters. De rest komt om haar heen staan. Flora probeert te lezen wat er staat maar dat valt niet mee. Op sommige plekken is de inkt behoorlijk uitgelopen.

Oh, eenzaam de nacht!
Hoe zwaar dit bestaan
Stil lijdend de maan
Rouw druppelt zacht

‘Het zijn gedichten!’
Flora leest verder!

Hoe verder te leven?
De bodem is koud
Verdwenen het goud
Ik aanschouwde, heel even

Anniek inspecteert de vellen.
‘Er staat geen naam of datum op, jammer!’
‘Het gaat over goud. Maar toch klinkt het droevig. Misschien is dit wel geschreven door een kind dat hier vroeger moest werken,’ bedenkt Flora.
‘Die kinderen konden vast niet schrijven. Ze mochten niet eens naar school toch?’ zegt Hilde.
‘En waarom zouden hun gedichten in een archiefkast liggen?’
‘Misschien heeft de directeur ze ooit afgepakt?’
‘Het papier ziet er nog goed uit,’ vindt Daniël.
‘Laten we alles meenemen en teruggaan,’ stelt Fabio voor. ‘Het valt op als we te lang wegblijven.’
Anniek schuift de vellen voorzichtig in de rugzak waarin ook het notitieboekje zit.

Veilig en wel bereiken ze De Veldmuis. Als ze het terras betreden lopen ze op tegen meester Simon.
‘Waar zaten jullie?’ vraagt hij nors.
‘O, daar.’ Fabio wijst zomaar ergens naar achter.
‘En wat zit er in die tas?’ wil de meester weten.
‘O, niks,’ zegt Anniek.
‘Klinkt logisch, niks.’ Meester Simon lacht spottend maar vraagt gelukkig niet door.

 

Hoofdstuk 9   Mysterie opgelost?

De tafel wordt al gedekt voor het avondeten.
‘Ik ben benieuwd wat Marco heeft gemaakt!’ zegt Anniek met een scheef lachje.

Pasta bolognese, zo blijkt. Het is lekker, maar niet bijzonder.
‘Ik ga zo met Mandy praten,’ zegt Anniek tegen Flora als ze klaar zijn.
‘Dan ga ik met Daniël naar Tamara. We moeten wel opschieten want over een half uur begint het nachtspel.’

Waar zit Tamara? Niet in de gemeenschappelijke ruimte en ook niet in de keuken. In de hal dan? Nee. En ook in de gang met slaapkamers is ze nergens te vinden.
‘Misschien zit ze in haar eigen huis hiernaast, daar kunnen we niet zomaar naar binnen,’ zegt Daniël.
‘Laten we eerst in de schuur kijken, daar liep ze vanmiddag ook heen,’ bedenkt Flora.

Voorzichtig lopen ze naar de schuur, die een eindje weg staat van het hoofdgebouw.
De ingang zit aan de zijkant. Het pad is bestrooid met zaagsel en tegen de muur liggen stapels houtblokken. Naast de ingang staat een groot blok met een enorme bijl erin.
Flora huivert. Waarom zouden ze die schuur eigenlijk ingaan?
‘Volgens mij is er niemand binnen,’ zegt ze.
‘Eerst kijken,’ vindt Daniël, die de bijl niet eens ziet.
De deur staat open. Voorzichtig betreden ze de donkere ruimte.
Flora schrikt van een schaduw tegenover haar, maar het is gewoon een grasmaaier.
De schuur staat vol rommel, zoals de meeste schuren. Maar geen Tamara te zien.
Daniël loopt een rondje langs bloempotten en kisten.
Flora blijft staan in de deuropening.
‘Kom, we gaan verder.’
Daniël knikt en knippert met zijn ogen vanwege het schemerlicht dat door de deuropening valt. Hij wankelt en struikelt.
‘Ah!’
Hij grijpt naar zijn enkel, maar hij laat hem meteen weer los en roept: ‘Hé, kijk eens!’
Flora snelt naar hem toe en ziet het meteen: op de grond ligt een gestreept varken.
‘Piggy!’ roept ze.
Flora zet het beest rechtop. Ze is het echt.
‘Nou ja! Hier staat ze dus gewoon. Mysterie opgelost!’
‘Zit het geld er nog in?’ vraagt Daniël.
Flora schudt Piggy op en neer en kijkt door de gleuf in haar rug.
‘Eh, nee.’
Ze peutert aan de rubberen dop die in Piggy’s buik zit. Die gaat makkelijk los. Het varken is echt helemaal leeg.
‘Nu zitten jouw vingerafdrukken overal,’ zegt Daniël droog.
‘Fijn dat je me op tijd waarschuwt,’ antwoordt Flora.
‘Misschien zijn er ook nog ergens sporen van de echte dief,’ bedenkt Daniël.
Ze onderzoeken de plek waar Piggy stond. Voetafdrukken zijn niet te zien, de vloer ligt vol hooi en zaagsel. Nergens ligt iets verdachts, geen stukjes stof of papier of wat dan ook.
Flora inspecteert Piggy nog een keer. Haar vinger blijft rusten bij één plek.
‘Hier zit een bruine vlek,’ zegt ze.
Daniël komt kijken.
‘Bah.’
Hij ruikt aan de vlek.
‘Hmm, het lijkt wel chocola. En kijk, er zit een vage vingerafdruk in!’
‘Zie je wel! We gaan het gewoon oplossen hoor!’ Flora staat te trappelen van enthousiasme.

‘Wie is daar?’ klinkt het van buiten.
Flora laat Piggy van schrik bijna vallen. Knerpende voetstappen komen dichterbij.
En dan verschijnt er een lange schaduw in de deuropening.

 

Hoofdstuk 10   Avondspel

‘Wat doen jullie hier?’
In de deuropening staat Tamara.
Haar ogen staan koud en streng.
‘En wat hebben jullie daar?’
‘Wij … wij waren op zoek,’ stamelt Flora.
‘Jullie moeten van andermans spullen afblijven! Zet neer dat ding!’
‘Maar dit is niet van u, het is van Marco,’ zegt Daniël.
‘Ja ja, Marco wil álles wel hebben.’ Tamara heeft haar armen stevig over elkaar geslagen.
‘U weet toch wel van de fooienpot? Die gisteren is gestolen?’ probeert Flora. Ze klemt Piggy stevig in haar armen
Tamara kijkt of ze iets totaal nieuws hoort.
‘Een fooienpot? Wat een onzin, ik betaal me al blauw aan die snuiters. Gasten kunnen hun geld beter besteden aan andere dingen hier.’
‘Er zit niets in hoor, niet eens één euro. Dan boeit het u zeker niet meer hè?’ flapt Daniël eruit.
‘Hup, weg hier!’ Tamara stapt naar voren, het lijkt wel of ze een klap wil uitdelen.
Flora duikt weg, Piggy nog steeds vasthoudend. Daniël staat al bij de uitgang, maar laat Flora met Piggy voor gaan. Ze rennen naar het hoofdgebouw en vallen de keuken binnen.

Marco laat zijn mes op het aanrecht vallen.
‘Hé, Piggy!’
‘Weet je waar hij lag?’ zegt Flora hijgend.
Marco schudt zijn hoofd.
‘In de schuur!’
‘Zit alles er nog in?’
‘Nee!’ roepen Flora en Daniël in koor.
Marco’s gezicht betrekt.
Wie komt er het vaakst in de schuur? wil Flora aan Marco vragen, maar intussen komen er andere kinderen kijken wat er aan de hand is. Geen moment om verder te praten dus.

Het avondspel gaat beginnen: levend Stratego.
Meester Simon verdeelt de kinderen over team Rood en team Blauw, deelt kaartjes met rangen uit en legt uit hoe het werkt. Anniek en Daniël zijn Blauw, Flora, Hilde en Fabio Rood.
Flora sluipt met Hilde en Fabio over het terrein. Ze moeten op zoek naar de blauwe vlag, maar ze kunnen onderweg worden afgetikt door blauwe vijanden met een hogere rang. Terwijl ze speuren naar iets blauws tussen de struiken vertelt Flora over de vondst in de schuur. En de ontmoeting met Tamara.
‘Denk je dat Tamara wist dat Piggy in de schuur stond?’ vraagt Fabio.
‘Geen idee. Ze leek verbaasd, maar misschien speelt ze wel toneel. En jullie? Hebben jullie Quirijn nog kunnen uithoren?’ vraagt Flora terwijl ze over prikstruiken probeert te stappen zonder te blijven haken.
‘Een beetje,’ antwoordt Fabio. ‘Die man kletst maar door, maar hij geeft geen antwoord op je vragen.’
‘Waar zat Quirijn gisteravond?’ wil Flora nog weten.
‘Voor zover we het konden volgen zat hij gisteravond gewoon de krant te lezen. In zijn eigen huis,’ antwoordt hij.
‘En wist hij iets van Piggy?’
‘Daarover hebben we niets kunnen vragen. Hij had een heel verhaal over een krantenbericht en hij klaagde over Tamara, ’ vertelt Fabio.
‘O ja? Waarover dan?’
‘Over van alles.’ Fabio doet Quirijn na met een plechtige stem: ‘Jij jongen, jij bent volgens mij ook een levensgenieter, net als ik!’
Flora moet lachen.
Fabio gaat door: ‘Anders dan mijn vrouw! Die denkt alleen maar aan nuttige en zakelijke dingen. Altijd maar bezig met centen, met regelen, met mij opjagen. Waarom leest ze niet eens rustig een goed boek?’
‘Arme man!’ grijnst Fabio.
‘Niks arme man,’ zegt Hilde. ‘Hij loopt de hele dag te lummelen. Zijn vrouw regelt hier alles. Zo kan ik ook een levensgenieter zijn!’
Ze lopen nu in een dalletje waar alles enorm kraakt.
‘Jullie blijven wel letten op blauwe sluipers hè?’ fluistert Hilde. ‘Ik heb het gevoel dat ze hier overal zitten.’
Fabio kijkt gespannen om zich heen. Hilde heeft gelijk, als ze niet opletten sluiten de blauwe sluipers hen hier zó in.
‘Ik ga even die kant op,’ zegt Hilde terwijl ze naar links wijst. Ze verdwijnt tussen dunne boompjes.
Net op tijd, want ineens klinkt er hard geruis en geschreeuw.
‘Maurits en Karim! Die zitten bij Blauw!’ roept Flora.
Fabio en Flora duiken achter bomen maar het is te laat: de jongens hebben hen al gezien. Het wordt een woeste achtervolging. Fabio en Flora worden uiteindelijk getikt en moeten hun kaartjes inleveren. Maar Hilde is gelukkig nog vrij.

 

Hoofdstuk 11   Zwart gefladder

Flora en Fabio sjokken naar meester Simon, die nieuwe kaartjes uitdeelt aan kinderen die zijn afgetikt. Daniël staat er ook met zijn zaklamp.
Flora pakt een nieuw rood kaartje aan van de meester. ‘Majoor’ staat erop. Was dat nou hoog of niet? Flora staart dromerig over vlakte voor het bos. In de verte ziet ze nog net de omtrek van de fabriek tegen de donkerblauwe avondlucht. Oh eenzaam de nacht… galmt het in haar hoofd. Net als ze het ‘slagveld’ weer wil oplopen verstijft ze. Ze ziet een lichtje flitsen in de fabriek. En nog eens. En dan is het weer weg.
Ze trekt de jongens mee, weg van de meester, en vertelt van de flitsen.
‘Moeten we gaan kijken?’ vraagt ze.
‘Ja,’ vindt Daniël.
Fabio zwijgt en pakt een tak op die voor zijn voeten ligt.
‘We gaan, heel even maar. Niemand mist ons,’ zegt Daniël.
Fabio zwaait wat met de tak.
‘Er is niets engs aan hoor,’ spreekt Flora Fabio, maar vooral zichzelf moed in.
‘En wie weet vinden we de oplossing van het raadsel.’
Fabio gooit zijn tak naar opzij.
Flora haalt diep adem. ‘Kom we gaan!’
Ze lopen via de bosrand terug naar het weiland waaraan de fabriek ligt.
Hoe dichter ze bij de fabriek komen, hoe luider hun voetstappen klinken. Elke steen knerpt en iedere tak kraakt. Ze zeggen geen woord, tot ze pal voor de voorgevel staan.
Daniël wil de klimplek weer opzoeken, maar Fabio ziet een gat in de muur. Vanmiddag leek dat nog dichtgetimmerd, maar de planken zijn nu weg.
Daniël steekt zijn hoofd door het gat. En trekt het snel weer terug. ‘Daarachter!’ fluistert hij.
Flora ziet achterin de ruimte een lichtje. Van een lantaarn. Ernaast zit een gestalte op een restje muur. ‘O!’ Flora slaat haar hand voor haar mond.
De gestalte beweegt. Zijn schaduw, die enorm is, beweegt mee.
‘Hallo?’ klinkt het hol.
‘Hallo,’ antwoordt Fabio met onvaste stem.
De gestalte springt op en loopt verder naar achteren. Om hem heen fladdert iets.
Het is een vampier! flitst er door Flora’s hoofd. Ze grijpt naar haar hals. Moet ze nu wegrennen? Of moet ze zich juist doodstil houden?
Daniël en Fabio blijven gewoon staan.
‘Wie bent u?’ vraagt Daniël. ‘Wij doen niets!’
De gedaante staat stokstijf. In het donker licht zijn gezicht extreem bleek op.
Daniël loopt naar de plek waar de lantaarn staat en wil daar iets oprapen.
‘Nee! Blijf af!’ roept de gedaante.
Hij vliegt woest naar Daniël en grijpt een vel papier van de grond.

 

Hoofdstuk 12   Oh eenzaam de nacht!

Van dichtbij ziet de gedaante eruit als een gewone jongen van een jaar of twintig. Wat hem anders maakt zijn de opvallend donkere kringen om zijn ogen en zijn wonderlijke kleren. Hij draagt een wit overhemd met roesjes en daaroverheen een dikke, wijde jas die op een cape lijkt.
‘Hoi ik ben Daniël,’ zegt Daniël half struikelend.
Op het gezicht van de jongen breekt een lachje door. ‘Ik ben Luka.’
‘Sorry dat we je storen.’
‘Ach, wat maakt het uit,’ zegt Luka. Hij zucht diep en herhaalt: ‘Wat maakt het allemaal uit? Ik zit hier. Meer niet.’ Luka lijkt niet speciaal tegen de kinderen te praten maar tegen zichzelf.
‘En dat dan?’ Flora wijst naar het papier.
Luka drukt het tegen zich aan. ‘O niets.’
‘Gedichten?’ zegt Fabio.
‘Heb jij die echt gemaakt?’ vraagt Flora vol bewondering.
Luka kijkt haar met donkere ogen aan.
Flora vertelt over de vellen die ze vanmiddag heeft gevonden.
‘We dachten dat ze misschien wel honderd jaar oud waren!’
Weer een glimlachje op Luka’s gezicht. ‘Dat vind ik wel een compliment. Het verleden bevalt mij wel.’
‘Waarom zit je hier?’ vraagt Flora.
‘Ach, dat begrijpen jullie toch niet,’ antwoordt Luka.
‘Heus wel,’ zegt Flora bozig. ‘Wij zijn detectives hoor, wij denken heel goed na.’
‘Detectives. Zoals Sherlock Holmes? Interessant’ Luka lijkt op te leven.
‘Zoiets ja,’ zegt Fabio trots. ‘Kunnen we je soms helpen?’
Luka staart naar boven.
‘Kun je als detective ook liefde opsporen? Terugvinden?’
Poe! Daarop had Flora niet gerekend.
‘Waar ben je die kwijtgeraakt?’ vraagt Fabio.
‘Niet kwijtgeraakt, ik heb de liefde weggegooid.’ Luka begraaft zijn hoofd in zijn handen.
‘Het was onze sport om ’s nachts samen te gaan kijken in oude lege gebouwen. Heel spannend en mooi. Dat vonden wij tenminste. Maar het was té mooi. Het kon zo niet blijven wist ik. Dus ik begon afstand te nemen. Ik ging alleen op pad. Liet niets van me horen. Zei onaardige dingen, gewoon voor de spanning. En op een dag riep ik zomaar dat alles voorbij was. En nu kan ik niet meer terug.’
‘Wil je dat dan?’ vraagt Flora.
‘Dat gaat niet. Het is voorbij. Voorgoed. Ik heb het verpest. Mandy …’ fluistert Luka, alsof hij een gedicht opzegt.
‘Mandy?’ klinkt het in koor.
‘Ik kom hier vaak en hoop dat zij dan ook komt, op deze plek,’ gaat Luka verder. Ze werkt hier in de buurt. Ik weet zeker dat zij het hier ook mooi vindt. Maar ze komt niet. Ze komt nooit.’
‘O nee?’ zegt Fabio. ‘Wacht maar eens! Dit is een simpele zaak voor ons. Kom hier morgenavond weer, dan zul je een wonder zien gebeuren.’
‘Maar …’
‘Niet zeuren en gewoon komen!’
Daniël staat verbluft te kijken en Flora moet lachen om Fabio’s bliksemactie.
‘Ik zal zien,’ zegt Luka.
‘Ik heb nog een vraag,’ zegt Flora. ‘Weet jij iets van Piggy? De fooienpot?’
‘Piggy?’ zegt Luka, alsof het iets heel vies is. ‘Wat is dat?’
‘Laat maar,’ zegt Flora.
‘Wij moeten terug!’ zegt Fabio. ‘Anders gaan ze óns missen!’

 

Hoofdstuk 13   Chocola

Flora, Daniël en Fabio storten zich weer in het nachtspel. Ze kunnen nog net een half uurtje meedoen.
Na terugkomst drinken ze warme chocomel en gaan ze naar bed. Flora heeft Anniek en Hilde in de tussentijd natuurlijk al verteld wat er in de fabriek gebeurde.
Bovenin het stapelbed ligt Anniek op haar kladblok te krabbelen.
Sarah kijkt naar boven.‘Wat schrijf je daar allemaal?’
‘Een soort dagboek,’ antwoordt Anniek zonder op te kijken.
Sarah gaapt en draait zich om.
Hilde slaapt al en ook Beza en Nikkie zijn al een tijdje stil.
Net als Flora ook wil gaan slapen ziet ze de hand van Anniek naar beneden komen met het kladblok. Flora pakt het aan en begint te lezen.

Fooienpot (gestreept varken).
-verdwenen: vrijdagavond, misschien eerder?
-gevonden: zaterdag einde middag in de schuur
-bijzonderheden: geld is weg, bruine vlek (chocola?) met vingerafdruk.

Over de verdachten:
Mandy:
-Vrijdagavond na het eten om acht uur naar huis gegaan.
-Zaterdagmorgen zomaar afwezig. In de middag weer aan het werk. Probeerde toen een pot pindakaas in haar tas te doen?
-Steeds boos en verdrietig om iets dat wij niet begrijpen (zegt ze). Gaat dat misschien over Luka die haar in de steek heeft gelaten?
-Vindt dat zij veel harder werkt dan Marco (is ook zo!)
Marco:
-Vrijdag en zaterdag de hele tijd aanwezig.
-Merkt zaterdagochtend dat Piggy weg is.
-Liegt dat hij het eten zelf maakt.
-Hij speelde in een band maar verdiende daarmee te weinig (vertelde hij vanmiddag). Werkt daarom bij De Veldmuis.
-Hij krijgt van Tamara maar heel weinig geld om boodschappen te doen. En hij heeft geen zin om zelf alles uit de tuin halen. Daarom haalt hij stiekem spullen bij de goedkoopste supermarkt. Dan houdt hij nog een klein beetje over. (Ik denk dat hij dat stiekem in eigen zak steekt!)
-Zegt dat hij nooit chocola eet en dat er ook geen chocola te koop is bij De Veldmuis.

Tamara:
-Was vrijdag en zaterdag aanwezig, vaak buiten het hoofdgebouw.
-Is de baas van De Veldmuis en beslist alles. Is heel gierig. Laat ons klusjes doen.
-Komt vaak in de schuur waar Piggy stond.
-Vindt chocola ongezonde geldverspilling.

Quirijn:
-Vrijdag en zaterdag aanwezig maar vooral buiten het hoofdgebouw.
-Is een beetje lui, doet veel minder dan Tamara.
-Weet veel van de fabriek.
-Rookt sigaren.
-Heeft geen chocola in huis omdat hij op zijn gewicht moet letten.

Geheimzinnige fabrieksbewoner (Luka):
-Een jongen die ’s nachts gedichten schrijft in de oude fabriek.
-Ex-vriend van Mandy, met spijt.
-Onbekend waar hij vrijdagavond was, mogelijk in de fabriek.
-Zegt niet te weten wie of wat de fooienpot is.
-Onbekend of hij chocola eet.

Iemand uit de klas:
-Vrijdagmiddag: iedereen komt aan, gaat naar de slaapkamers en speelt daarna buiten.
-Vrijdagavond: iedereen eet en zit daarna bij het vuur. Misschien ging iemand tussendoor, net als Flora, nog zijn jas halen, of naar de wc?
-Ik denk dat niemand van de kinderen wist dat er een fooienpot was.
-Iedereen houdt van chocola (behalve Milou en Jonas).

Meester Simon:
-Vrijdagmiddag: zat vooral binnen en soms buiten.
-Vrijdagavond: at mee aan tafel en zat daarna de hele tijd bij het vuur.
-Houdt zeker van chocola.

Ideeën waarom ze de fooienpot zouden willen stelen:
Mandy: voelt zich verdrietig, heeft niet veel geld en vindt dat zij het hardst werkt van allemaal. Vindt dat ze daarom recht heeft op de fooienpot?
Marco: heeft geld nodig en heeft een hekel aan Tamara en Quirijn die hem te weinig betalen. Houdt mogelijk boodschappengeld achter.
Tamara: is heel geïnteresseerd in geld en vindt het onzin dat de fooien naar het personeel gaan, het is haar zaak toch?
Quirijn: houdt van dure spullen en wil vast meer uitgeven dan Tamara
Luka, heeft voor zover wij nu weten geen reden om de fooienpot te stelen.
Meester Simon: Kan het niet gedaan hebben toch? Waarom zou hij?
Kinderen uit de klas: Als ze al wisten dat er een fooienpot was kan ik me niet voorstellen dat ze die serieus zouden stelen. Misschien als grap? Of om stoer te doen?

Tot zover. Iedereen kan het wel en niet gedaan hebben! Wat nu?

Fijn dat Anniek alles weer zo goed op een rij heeft gezet. Alleen zijn ze nog geen stap verder. Flora denkt diep na of ze geen belangrijk detail vergeten. Maar er komt niets in haar op. Al piekerend valt ze in slaap. Ze droomt van fabrieken vol zaagsel en papier dat in brand vliegt.

 

Hoofdstuk 14    Appels en Peren

‘Vanmiddag gaan we alweer naar huis,’ zegt Hilde. Ze hangt samen met de rest van De Groene Hand op een bank in een hoek van de gemeenschappelijke ruimte. ‘Als we het raadsel van de verdwenen fooien nog willen oplossen moeten we opschieten.’
‘We hebben in ieder geval een liefdesprobleem opgelost,’ zegt Fabio lachend. ‘Ik heb Luka’s verhaal aan Mandy verteld en ze gaat vanavond naar de fabriek. Dat komt wel weer goed!’
‘Pfff!’ blaast Daniël. ‘Wat heb je dáár nu aan?’

‘Jongens, de laatste natuuropdracht begint!’ schalt het door de ruimte. Tamara staat met haar handen in haar zij. ‘Jullie gaan appels en peren plukken!’
‘Ha! Mogen we er dan ook van eten?’ vraagt Nikkie.
Tamara trekt een zuur gezicht en schudt haar hoofd.
‘We kunnen toch appeltaart maken?’ roept Karim.
‘Ja appeltaart!’ roept iedereen door elkaar.
Tamara blijft haar hoofd schudden. ‘Ik … eh, ik heb geen meel en onvoldoende suiker,’ zegt ze zuinigjes. ‘En we hebben er trouwens ook geen tijd meer voor.’ Ze klinkt steeds vrolijker.
‘Buiten staan kisten, hup aan de slag!’

‘Hmm, best lekker,’ klinkt het tussen de boompjes.
Karim en Maurits proeven luidruchtig een peer.
‘Zo, die durven!’ zegt Flora tegen Hilde, die naast haar staat te plukken.
‘Dit is in ieder geval beter dan al dat snoep van ze,’ antwoordt Hilde.
‘En weet je wat?’ Ze zet haar tanden in de peer die ze vasthoudt. ‘Ze hebben nog gelijk ook! Tamara gebruikt ons weer als goedkope werkers.’
‘Gratis werkers!’ verbetert Flora haar. Ze twijfelt even en trekt dan een flinke appel van een tak. Ze hapt erin. ‘Wat voor snoep hebben Karim en Maurits eigenlijk allemaal?’ vraagt ze dan met volle mond.
‘Heb je dat niet gezien? Het begon al op de heenreis. Toen had Karim meteen een zak minireepjes open. Niks uitgedeeld natuurlijk, alleen aan Maurits en Tom.’
‘Minireepjes?’ herhaalt Flora. ‘Van chocola?’
‘Ja, van wat anders?’ reageert Hilde.
Flora bijt op haar lip. ‘Het zal toch niet … denk je…’ Ze voelt zich duizelig.
‘Wat?’ vraagt Hilde.
Flora houdt haar ogen gericht op de jongens voor haar, alsof ze op elk moment kunnen ontsnappen.
‘Zou het kunnen … denk je dat zíj Piggy hebben gestolen? En dat chocoladespoor hebben achtergelaten? Nee toch?’ Ze kijkt Hilde met grote ogen aan.
‘Het zou best kunnen hoor,’ oordeelt Hilde. ‘Waarom vragen we het ze niet gewoon?’
Voor Flora kan antwoorden stapt Hilde al op Karim en Maurits af.
Die staan etend te kletsen, hun kist is nog maar half gevuld.

‘Is het lekker?’ vraagt Hilde.
De jongens kijken haar betrapt aan.
‘Hebben jullie al je snoep al op?’
‘Wat boeit jou dat nou?’ antwoordt Maurits.
‘Wij houden ook wel van chocola,’ zegt Hilde.
‘Fijn voor jullie.’
Ineens krijgt Flora een idee. Geen fraai idee, maar ze kan het proberen.
‘Wij weten iets over jullie. Over vrijdagavond.’
Karim en Maurits kijken glazig. Of doen ze alleen maar alsof?
‘We gaan alles vertellen aan de leiding,’ gaat Flora verder. ‘Tenzij jullie het geld eerlijk terugleggen.’
‘Geld? Wat voor geld?’ vraagt Maurits zenuwachtig.
Karim laat de rest van zijn peer aan het stokje ronddraaien en zegt: ‘Doe even normaal joh, waar heb je het over? Wij hebben niks gedaan. En als je zo nodig chocola wilt hebben: ga dat maar vragen bij de leiding.’ De afgeknabbelde peer breekt van het stokje en ploft in het gras.
‘Hoezo?’ vraagt Flora.
‘Die heeft al onze minireepjes afgepakt.’
Flora en Hilde vallen stil.
‘Afgepakt. Wanneer dan?’ vraagt Hilde.
‘Toen we naar binnen gingen voor het avondeten, de eerste avond,’ antwoordt Maurits. ‘De hele zak. Echt heel stom.’
‘We wilden hem gaan terugpakken, later op de avond, maar toen hadden we dat kampvuur,’ vertelt Karim. ‘En we hadden geen idee waar we moesten zoeken.’
‘Waar zou Tamara zo’n zak nou verstoppen?’ denkt Flora hardop.
‘Tamara?’ zegt Karim. ‘Het was Tamara helemaal niet, het was die vent. Hoe heet hij ook alweer? Quirijn!’
‘Zoeken heeft geen zin meer, hij heeft alles natuurlijk allang opgegeten,’ mokt Maurits.
‘Quirijn! Flora springt op. ‘Kom Hilde, we gaan hem zoeken. Jongens, jullie zijn geweldig!’
‘Ook wel eens leuk,’ zegt Karim verbaasd. Maar Flora en Anniek horen het niet. Ze rennen met een noodgang weg.

 

Hoofdstuk 15    Van hier naar daar

‘Waar is de rest?’ roept Hilde.
‘Daar!’ antwoordt Flora. Ze trekt Hilde mee naar Fabio en Daniël die staan te niksen bij de achterste rij bomen. Hijgend leggen ze de jongens uit wat ze hebben ontdekt over Quirijn.
‘We moeten die vent zoeken voor we vertrekken,’ vindt Fabio.
‘Hij zit vast ergens binnen te relaxen,’ denkt Flora.
Ze draaien allemaal tegelijk om en zetten koers naar het hotel.
‘Wat gaan we eigenlijk vragen?’ Hilde klinkt een beetje zenuwachtig.
‘Dat zien we zo wel,’ zegt Fabio. We doen eerst heel vriendelijk, zodat hij niets door heeft. En dan stellen we daarna ineens een vraag over chocola. Let dan goed op zijn gezicht!’
‘En wat nou als hij boos wordt?’ vraagt Flora.
‘Dan lopen we weg,’ zegt Daniël. ‘Hij kan ons toch niets doen?’
Flora is er niet gerust op. Maar ze heeft geen beter plan. Ze denkt na: wat zou Anniek ervan vinden? ‘Weet iemand waar Anniek is?’ vraagt ze meteen. Niemand weet het.

Als ze dichterbij het huis komen zien ze Quirijn op een bankje zitten. Hij leest de krant.
De club blijft op een paar meter afstand staan. Flora voelt een steek in haar maag. Wat nu?
Fabio doet een stapje naar voren. ‘Eh, mijnheer,’ zegt hij zacht.
Quirijn leest gewoon door.
‘Mijnheer!’ zegt hij nu wat harder.
‘Potverdorie, wat is dat nou?’ klinkt het ineens achter hem. ‘Ga eens vlug terug, we zijn nog lang niet klaar hoor!’
Het is Tamara, met haar handen in haar zij. De kinderen blijven slungelig staan. Tamara’s boze prikogen schieten van links naar rechts. ‘Wat staan jullie nou te luieren? Hup, terug!’ snerpt ze terwijl ze tegen Fabio’s schouder duwt.
Fabio schudt haar af en zegt rustig: ‘Mevrouw, wij gaan alleen even naar de wc. Wist u trouwens dat kinderarbeid verboden is? Al meer dan honderd jaar volgens mij.’
‘Sinds 1874,’ klinkt het droog vanaf het bankje. Quirijn staat op, vouwt zijn krant dubbel en loopt weg. Tamara volgt hem met haar ogen en sluipt dan achter hem aan. De kinderen blijven teleurgesteld achter.
‘We vinden hem zo wel weer,’ zegt Hilde. ‘Nee hoor, we gaan toch bijna naar huis?’ mokt Flora. ‘Alles mislukt, we gaan het nooit meer oplossen!’ Hilde schudt haar hoofd. ‘We hebben nog wel een uurtje. Zolang er nog appels en peren aan die bomen hangen zal Tamara proberen ons hier te houden.’

‘Hoor ik Anniek nou binnen?’ vraagt Flora ineens. Anniek staat inderdaad binnen bij de bar, bij Marco.
‘Weet je wat Marco zegt?’ vraagt ze meteen als ze de rest ziet. En zonder het antwoord af te wachten gaat ze door: ‘Er verdwijnen de laatste dagen spullen uit de keuken.’
‘Blikken soep zeker,’ zegt Daniël met een gemaakt onschuldig gezicht. Marco kan er hard om lachen en antwoordt: ‘Nee, die gelukkig niet! Maar wel een pot pindakaas en een pot chocopasta.’
Wéér chocola, denkt Flora.
‘Heb je een idee wie ze heeft gepakt?’ vraagt Hilde.
Marco knikt. ‘Het is onaardig om te denken, maar volgens mij neemt Mandy ze stiekem mee.’
Met een schokje denkt Flora aan die keer dat Mandy zo betrapt keek in de keuken. Zou zíj dan toch de fooienpotdief zijn?
‘Laten we even overleggen bij de vuurplaats,’ stelt Hilde voor. Marco fronst zijn wenkbrauwen. Het lijkt of hij iets wil zeggen maar hij houdt zijn mond en gaat messen en vorken sorteren.

Hoofdstuk 16    Slagveld

Bij de vuurplaats is het rustig. De drukte van de klas dringt hier niet door. Alle Groene Hand-leden gaan op een boomstam zitten. Behalve Daniël, die gaat meteen in het zachte zand tegen een stam aanliggen.
‘Ik twijfel nog steeds,’ zegt Flora. ‘Was het nou Mandy? Of toch Quirijn? Of Tamara? Ze zucht.
‘Stt …’ sist Anniek zachtjes, met grote ogen. Ze knikt naar links. Flora valt bijna van haar boomstam als ze kijkt, want daar zit Quirijn op een stoeltje voor de schuur zijn krant verder te lezen. Of zit hij daar om ze af te luisteren?
‘Dit is onze laatste kans,’ zegt Hilde terwijl ze opstaat.
Quirijn kijkt nu verstoord op maar Hilde laat zich niet afschrikken.
‘Hallo, mogen we u iets vragen?’
‘Snel dan, want ik zit midden in een interessant artikel.’
‘Heeft u die chocola nog? Die reepjes die u afpakte van Karim en Maurits?’
‘Karim en wie?’ reageert Quirijn. ‘Bedoel je soms die twee brutale mannetjes?’
Flora moet lachen om die omschrijving, maar ze knikt braaf om Quirijn niet verder te ergeren.
‘Die troep heb ik netjes weggeborgen. We proberen onze gasten hier lekker en gezond eten voor te zetten en daar passen zulke snackreepjes absoluut niet bij.’
‘De meester heeft ons gevraagd om die reepjes terug te vragen,’ verzint Flora.
‘Dan kan hij ze aan hun ouders laten zien, die moeten ook weten dat dit niet mag.’
Quirijn slikt en frunnikt aan zijn horloge.
‘Ik zal ze straks wel zoeken.’
‘Maar straks gaan we naar huis. Kunt u ze nu niet pakken?’
‘Tut tut dame, niet zo’n dwingende toon! Ik kijk wanneer het mij uitkomt.’ zegt Quirijn met luide stem.
‘Alstublieft!’ probeert Anniek.
Quirijn negeert haar en begint zijn krant weer op te vouwen. Hij gaat rechtop zitten en steunt met zijn handen op de stoelleuning om op te staan.
‘Jullie hebben hier zó’n mooie plek,’ zegt Fabio ineens, op een heel vriendelijke toon.
Waar slaat dat nou op? denkt Flora. Quirijn laat zijn armen rusten maar blijft rechtop zitten.
‘Het is wel hard werken natuurlijk. Of niet?’ gaat Fabio verder.
Quirijns mond wordt een streep.
‘Jullie verdienen hier zeker goed?’ vraagt Fabio.
‘Nooit iets van gemerkt’ bromt Quirijn.
‘Omdat Tamara het geld regelt?’ springt Anniek in.
‘Dat zijn mijn zaken.’ Quirijn veegt een straaltje zweet van zijn gezicht.
‘Wij hebben een beetje haast,’ zegt Hilde. Laten we gewoon zeggen waar het op staat: er is geld gestolen en we hebben uw duimafdruk.’
‘Waar heb je het over?’ zegt Quirijn schor terwijl hij naar zijn duim kijkt. Dan zwaait hij met zijn opgevouwen krant en mompelt: ‘Brutale apen!’
‘Nou, kom maar mee!’ Hilde wenkt Quirijn en loopt naar binnen, naar de keuken. Quirijn banjert erachteraan.
‘Daar!’ ze wijst naar Piggy, die weer naast de kassa staat.
Quirijn wordt vuurrood.
‘Wel alle …. hoe kan dat? Wie heeft dat beest uit de schuur gehaald?’
‘Ik niet,’ zegt Marco, die zijn hoofd uit het voorraadhok steekt.
‘Hoe weet u dat het in de schuur stond?’ vraagt Anniek triomfantelijk. ‘Alleen de dief kan dat weten toch?’
Quirijn slaat zijn hand voor zijn mond, laat zijn krant vallen en mompelt bijna onhoorbaar: ‘Brutale apen!’
Hij grijpt Piggy, draait haar rond en bestudeert haar. Als hij de bruine vlek ziet begint hij meteen met zijn vuist te vegen.
‘Bewijs vernietigen vóór onze ogen, Dát is pas brutaal,’ zegt Marco, terwijl hij Piggy uit Quirijns handen probeert te trekken. Quirijn trekt als een bezetene terug en roept hijgend: ‘Laat los of ik gooi hem kapot! Ik gooi hem helemaal kapot!’
Piggy is een ‘zij’ zegt Flora zachtjes tegen zichzelf.
Marco laat haar niet los. ‘Kapotgooien heeft geen zin,’ zegt Fabio. ‘We hebben al foto’s van de vlek. De duimafdruk.’ Terwijl hij dat zegt klikt hij op zijn telefoon om het gevecht ook vast te leggen. Quirijn laat het spaarvarken meteen los.
‘Kom op, waar is dat geld gebleven?’ vraagt Marco terwijl hij Piggy netjes terugzet op de bar.
Quirijn haalt zijn schouders op en zegt: ‘Geen idee. Misschien heb jij het zelf wel en probeer je mij de schuld te geven. Een oude truc.’ Quirijn raapt zijn krant op, maakt er een rol van en beent weg.
Als hij Fabio passeert haalt hij ineens hard uit. Met de krantenrol slaat hij de telefoon uit Fabio’s handen. Hij klettert op de grond.

De kinderen gillen. ‘Piggy!’ roept Flora. Ze ziet ineens vóór zich hoe Quirijn verder gaat met het vernietigen van bewijsmateriaal. Ze sprint naar het gestreepte varken en klemt het vast. Het is alsof ze Quirijn op een idee brengt want hij komt direct op haar afgelopen. Maar Marco springt ertussen, net als de rest van De Groene Hand. Behalve Fabio. Die kijkt beteuterd naar het gebarsten scherm van zijn telefoon.
‘Zeg nu maar snel waar dat geld ligt anders vertellen we alles aan Tamara. Dan krijg je gedonder én ben je het geld alsnog kwijt,’ zegt Anniek streng. ‘Kom op!’
Quirijns mond wordt weer een streep. ‘Tamara gelooft jullie toch niet.’
‘Ook niet als de politie de vingerafdruk test? Hier met dat geld!’
‘Mijn telefoon doet het nog,’ komt Fabio tussendoor. ‘Alleen het scherm is kapot.’
Quirijn zucht en kijkt of hij op een bloederig maar verlaten slagveld staat. ‘Hou toch eens op allemaal. Ik kan er niets aan doen.’
‘Jammer voor u,’ zegt Anniek. Waar is Tamara, wil iemand haar zoeken?’
Fabio sprint al naar buiten.
‘Wacht! Ik kan het uitleggen!’ roept Quirijn ineens. ‘Ik ga het oplossen, alleen niet nu. Want morgenavond is de maandelijkse bijeenkomst van mijn sigarenclub en ik ben aan de beurt om te trakteren. Al heel lang. Ik stel het iedere keer uit maar mijn smoezen zijn op, ik kan er echt niet meer onderuit. Anders zetten ze me uit de club. Ik kan trouwens niet meer terug, ik heb alles al besteld. Heb je enig idee hoeveel centen dat kost?’
Hilde schudt haar hoofd. ‘Veel te veel natuurlijk. Waarom stap je niet gewoon zelf uit die club? Dan is het ook opgelost.’
Flora weet niet wat ze ervan moet denken. Hoe vervelend ze Quirijn ook vindt, ze snapt wel dat hij bij zijn club wil blijven. Stel je voor dat De Groene Hand háár uit de club zou zetten omdat ze iets niet kan betalen.
Maar Quirijn kijkt niet boos, eerder opgelucht. ‘Ik waardeer je visie dame,’ zegt hij. ‘al ligt het niet zo simpel. Maar laat me eens nadenken …’ Quirijn wandelt langzaam de keuken uit. Anniek volgt hem en gaat snel voor de doorgang staan.
‘Ik zal kijken of ik het ergens heb, misschien heb ik het toch per ongeluk gepakt,’ zegt Quirijn dan.
Flora proest het uit.
‘Mooi zo. Zodra ik het geld heb was ik het varkentje met bewijsmateriaal weer schoon. Deal?’ zegt Marco. ‘En dan wis ik alle foto’s,’ zegt Fabio.
Quirijn sjokt weg met een verhit gezicht.

Hoofdstuk 17    Naar huis

‘Jongens, tassen pakken! Iedereen is al bezig behalve jullie!’ Meester Simon loopt dwars door de gemeenschappelijke ruimte.

‘Durf je het fooiengeld straks nog te bewaren in Piggy?’ vraagt Flora als de meester weg is.
Marco knikt. ‘Ja hoor, het zit alweer veilig in haar buik. En voor mij komt er geen straks. Ik neem ontslag. Ik vind jullie hartstikke leuk maar ik ben een waardeloze kok. Ik ga mijn best weer doen om optredens te krijgen. In restaurants bijvoorbeeld, of misschien wel bij een sigarenclub. Hoewel, die hebben niks te makken begrijp ik!’
Marco geeft een vette knipoog.
‘En die fooienpot laat ik lekker staan voor de rest, vooral voor Mandy. Zij heeft hem veel harder nodig dan ik.’
‘Misschien wil haar vriendje hier ook wel komen helpen,’ zegt Anniek. Kan hij fijn met Quirijn praten over oude gebouwen.’
Flora strekt haar armen uit en draait een rondje en roept:
‘Waarom nodigen we Marco niet uit voor De Groene Hand?’
Niemand antwoordt want de eerste kinderen met tassen stormen de ruimte in.
‘We zijn hier klaar, ik ga pakken!’ zegt Hilde
Ze huppelt naar de gang, en de rest wandelt achter haar aan.

EINDE

 

1 Comment Aflevering gemist? Hier het complete verhaal ‘Het raadsel bij de oude fabriek’.

  1. Pingback: Nachtbrieven | Susan van 't Hullenaar | Kinderboeken

Comments are closed.